Femoro-acetabulair impingement

Inklemmen van het heupgewricht

 

Femoro-acetabulair impingement

“Inklemmen van de heup”

Bij femoro-acetabulair impingement (FAI) is er een abnormaal contact tussen het bovenbeen (femur) en het bekken (acetabulum). Het heupgewricht is een kogelgewricht waarbij de heupkop normaal perfect past in het bekken (acetabulum). Bij FAI is er een afwijkende vorm van de heupkop of het acetabulum waardoor een mechanisch conflict kan optreden.

Indien de afwijkingen zich op het bovenbeen situeert spreekt met van een CAM-letsel. Dit is een extra botaanwas op de heupkop waardoor deze niet perfect rond is. Indien de botaanwas aan het acetabulum gesitueerd is spreekt met van een PINCER-letsel. Vaak betreft het een combinatie van beiden.

Het gevolg van deze afwijkingen is dat er bij bepaalde bewegingen er een vervroegd contact is tussen de heupkop en acetabulum. Dit kan leiden tot letsels van het labrum, een soort meniscusachtige structuur aan de rand van de heuppan, en kan uiteindelijk leiden tot kraakbeenschade. Op langere termijn kan dit aanleiding geven tot artrose van de heup.

Femoro-acetabulair impingement

Symptomen

De meest voorkomende klacht is liespijn bij diepe plooi- en draaibewegingen.

In geval van een CAM impingement treden de klachten het meest frequent op bij mannen tussen 25 en 35 jaar oud. De klachten zijn aanvankelijk vaak enkel aanwezig bij het sporten, maar in een later stadium worden ook dagdagelijkse activiteiten pijnlijk.
De klachten van een pincer impingement zijn zeer gelijkaardig maar treden vaker op bij vrouwen op iets latere leeftijd.

Typische uitlokkende factoren:

  • Sporten waarbij diepe heupflexie nodig is
  • Autorijden
  • Zitten in een diepe stoel
  • Naar binnen draaien van de heup
  • Lopen

 

Femoro-acetabulair impingement

Onderzoek

  • Het lichamelijk onderzoek kan impingement klachten uitlokken door het been in diepe flexie – adductie en endorotatie te brengen (FADIR test). Typisch is de inwendige rotatie ook beperkt.
  • Radiografie kan de botafwijkingen aan de heupkop of het acetabulum aantonen.
  • Bijkomende scanners (CT of MRI) zijn nodig om de letsels in het gewricht (labrumscheur en kraakbeenletsels) beter in het licht te stellen. Voor een betere kwaliteit van de beelden wordt er soms een contraststof in het gewricht ingespoten (arthro-CT of arthro-MRI).

Klinisch onderzoek bij impingement

Cam impingement

Femoro-acetabulair impingement

Behandeling

Een periode van rust dient te worden ingelast en de uitlokkende factoren dienen te worden vermeden. Ontstekingsremmers kunnen gedurende een paar weken worden voorgeschreven.

    • Kinesitherapie kan een gunstig effect hebben met het trainen van de heup- en rompmusculatuur in combinatie met oefeningen om het bekken te kantelen.

    Een heupinfiltratie waarbij een lokaal verdovend middel samen met corticosteroïden in het gewricht geïnjecteerd worden. Dit heeft ten eerste tot doel om de diagnose te bevestigen: wanneer de pijnklachten veroorzaakt worden door heupimpingement zullen deze beter zijn na de infiltratie.
    Lees meer over dit onderwerp op uzleuven.be.

    • Bij beperkte tot matige impingementletsels kan een kijkoperatie worden uitgevoerd. Hierbij wordt de patiënt op een tractie tafel geïnstalleerd en worden via een aantal gaatjes de impingementletsel behandeld. Zowel cam letsels, pincer letsels en labrumscheuren kunnen worden behandeld.
    • Bij meer gevorderde aantasting kan een open chirurgische luxatie aangewezen zijn. Bij deze ingreep wordt de heup tijdens een operatie ontwricht en is een uitgebreide correctie van alle letsels mogelijk.
    • Wanneer er reeds gevorderde kraakbeenletsels aanwezig zijn, heeft een behandeling van de impingement letsels geen zin meer. Indien de klachten te uitgesproken zijn dient het gewricht vervangen te worden door een heupprothese.