SNapping hip

Verspringende heup

 

Snapping hip

Wat is het?

Er zijn twee vormen van snapping: inwendige en uitwendige snapping.

Bij een uitwendige snapping hip verspringt de iliotibiale band over de grote trochanter.

In geval van een inwendige snapping wordt de klik veroorzaakt door de iliopsoas pees die heen en weer springt over de eminentia iliopectinea, de heupkop of soms de kop of pan van een prothese.

Vaak voelt deze klik aan alsof de heup uit de komt gaat, in geen van beide types is dit effectief het geval.

Uitwendig verspringend

Inwendig verspringend

Snapping hip

Symptomen

De typische symptomen van snapping hip zijn:

een ongemakkelijk gevoel en/of pijn in heup

    • soms duidelijk hoorbare klik
    • het gevoel dat de heup uit de kom gaat
    • de klik wordt uitgelokt bij diepe buig- of draaibewegingen

Snapping hip

Onderzoek

  • Met een dynamische echografie kan de snapping bevestigd worden. Tekens van bursitis en inflammatie van de iliotibiale band kunnen worden vastgesteld.
  • Radiografisch sluiten we onderliggende beenderige afwijkingen uit.
  • Omdat een uitwendige klik komt vaak voor aan het langste been, wordt ook een eventueel beenlengteverschil opgespoord.
    • Met een dynamische echografie kan ook hier de snapping bevestigd worden, net als een eventueel geassocieerde bursitis en inflammatie van de iliotibiale band.
    • Structurele afwijkingen zoals heupdysplasie worden radiografisch uitgesloten
    • Bij persisterende klachten is een magnetische resonantie scan of MRI aangewezen om letsels in het heupgewricht, zoals labrumletsels, uit te sluiten.

    Snapping hip

    Behandeling

    Deze verschillen naargelang het soort “snapping.”

    Doorgaans blijft de behandeling conservatief. Minder frequent wordt een infiltratie toegediend, en in zeldzamere gevallen wordt chirurgie aangeboden.

    • De focus van de behandeling ligt op kinesitherapie met rekoefeningen. Bij uitwendige snapping wordt de iliotibiale band gestretcht, terwijl de iliopsoasspier bij een inwendige snapping wordt aangepakt.
    • Net zo belangrijk is het vermijden van de uitlokkende activiteiten.
    • Zo nodig wordt een beenlengteverschil opgevangen met een steunzool of schoenophoging.

    • Bij hevige pijnklachten of onvoldoende effect kunne infiltraties met corticosteroïden aangewezen zijn. Deze worden in het heupgewricht of in de bursa trochanterica toegediend.
    • In zeldzame gevallen kan een (arthroscopische) ingreep aangewezen zijn.